Verhaaltjes
 Het kikkervisje De zon schijnt uitbundig op een grote kikkerdril in de sloot. Nee, niet kikkerbil maar kikkerdril. Dit zijn allemaal eitjes waar je in kunt kijken. Er groeien kleine kikkervisjes uit. Dit zijn dikkoppies. Dikkoppies doen vaak zwemwedstrijden met elkaar. Dan worden hun dikke koppies nog dikker. De koppies worden zo zwaar, dat de staart van de vis het koppie niet meer vooruit kan bewegen. De staart heeft er genoeg van en het koppie, het kikkervisje, gaat alleen verder zonder staart. Dat is grappig. Het koppie groeit. Het koppie heeft nu ook vier pootjes. Ja, daarmee kan hij watertrappelen. Hij zou wel uit de sloot willen springen. Want hij wil ook wel leren lopen op de pootjes. Kan hij erop lopen?
Dat kan hij niet uitproberen in het water. In het water kan Koppie alleen maar zwemmen en niet lopen. Daarvoor moet Koppie aan land gaan, maar hoe komt het koppie uit de sloot? Koppie gebruikt zijn koppie en denkt erover na... Hij vindt het wel een beetje gevaarlijk, alleen aan land te gaan en daar te gaan lopen. Zouden zijn pootjes het wel goed doen?
Het koppie kan met zijn pootjes goed zwemmen in het water. Maar zouden zijn pootjes hem echt dragen op de grond? Oh, denkt Koppie, dan kan ik in de zon zitten op de kant naast de sloot en mijzelf in het water zien. Ik ben vast heel mooi! Zou ik dan al een kikker zijn? Dan heb ik gesprongen! Ja, dan ben ik een kikker!!! Maar hoe kom ik voor het eerst op de kant van deze sloot? Na een dag veel denken, waagt Koppie de sprong uit het water van de sloot in de lucht. De druppels vliegen in het rond. Hij mist bijna de kant van de sloot. Het koppie glijdt met één pootje weer terug in de sloot. Hij klimt langs de rand van de sloot de kant op en ligt uitgeteld, maar trots in de zon. Hij kan springen uit en in de sloot. Gisteren kon hij dat nog niet. Gisteren durfde hij nog niet te springen uit de sloot. Toen kon hij alleen nog maar zwemmen. Maar nu kan hij als een echte kikker springen. Hij tikt op zijn goed gevormde kikkerbillen die vol trots in de zon nadrillen.
Hij kan springen.
Tanden maken
Heel kleine baby's hebben nog gen tandjes. Ze worden geboren en dan hebben ze geen tandjes in hun mond. Dus ze kunnen geen appel eten. Want dan heb je tanden nodig om te bijten. Weet je hoe je tanden heten? Melktanden. Maar wat veel belangrijker is, als je geen schitterend witte tanden hebt, dan kun je ook geen lekkere koekjes eten.
En het allerbelangrijkste…. Je kunt niet goed een leeuw of een hond na doen. Grrrrrr gromt een leeuw en woef waf woef blaft een hond. Als je heel klein bent en je hebt geen melktanden dan kun je dat niet. Weet je wat heel knap en bijzonder is? Dat je de tanden in je mond zelf hebt gemaakt.
Toen je een baby was, [naam] , had je geen tanden en kon je ook niet zelf naar de winkel om tanden te kopen. [naam] heeft de tanden zelf tevoorschijn getoverd. Je hebt ze zelf gemaakt. Dat is knap van jezelf hè Nu ben je groot en sterk en kun je alles eten en drinken met je eigen mooie witte tanden.
Dus [naam] , jij kunt zelf dingen maken in je lijf. Je maakt zelf je nagels, jij laat ze groeien. Ook je haren laat je groeien. En als je haren te lang zijn gaan we naar de kapper. Daar knipt de kapper je haren korter. En de melktanden die gaan weg... jij maakt zelf weer nieuwe tanden als je nog groter groeit. Hoe denk je dat een olifant aan zulke grote tanden komt….. of een walrus? (Verhaaltje voor voedselallergie)
Gefeliciteerd beste haan
Vandaag is een bijzondere dag. Wij gaan met z'n allen lopen naar boer Bert. Op het erf van boer Bert woont Joop. Haan Joop is jarig. Hij heeft de hanen en kippen van de boerderijen in de buurt uitgenodigd om te komen op zijn verjaardagsfeest. Het is zonnig weer. De kippen in het hokpikken hun veren keurig schoon. Want zo meteen vertrekken zij naar het erf van boerin Stien en boer Bert.
Kip Josje trekt haar mantel recht en haan Pieter neemt het cadeau onder zijn vleugel. Nu zijn ze allemaal klaar voor vertrek. Het is een druk gekakel met al die kippen. Wie mag er voorop lopen. Uiteindelijk is Pieter haantje de voorste. Daar gaan ze vlug onder het keukenraam door, voorbij de keukendeur fladderen ze…op weg naar jarige haan Joop. Kip Lies en kip Josje hebben een goed gevulde picknickmand mee voor onderweg. In de mand zit allemaal lekker eten. Het is een eind lopen naar de boerderij van boerin Stien en boer Bert. Daarom gaan ze eerst naar boer Stijn, daar gaan ze op het erf met haan Klaas eten. Gelukkig, daar zien ze de boerderij waar haan Klaas woont. Haan Klaas staat op de uitkijk. Kukeleku, galmt het over het erf.
In de stal staan alle kopjes en bordjes klaar voor de picknick. En wie is er ook? [naam knuffel] Dat is leuk! [knuffel] zit klaar en wacht met de kippen en haan Klaas op haan Pieter, Josje en Lies. Eigenlijk wacht [knuffel] het meest op de goed gevulde picknickmand.
Gezellig! Nadat ze elkaar hebben begroet, zoeken ze een plaatsje aan de picknicktafel in de stal. [knuffel] eet een lekker broodje met [worst] . Ooit is [knuffel] zijn buikje een beetje ziek geweest van het eten van [kaas] . Hij drinkt een beker [wat het kind drinkt] . De kippen drinken melk van de koe . Dat drinkt [knuffel] niet. Net als van de [kaas] kan het buikje ziek worden van het drinken van melk . [knuffel] , de kippen en de hanen vinden het allemaal leuk en lekker, de picknick in de stal bij haan Klaas.
Maar nu alle buikjes goed gevuld zijn, gaan ze weer op pad. Er loopt een feestelijke stoet kippen en hanen samen met [knuffel] door de weilanden naar de boerderij van boerin Stien en boer Bert. Je hoort de muziek al. In de verte zie je de rode, blauwe en gele ballonnen. Ook hangen er mooie slingers tussen de bomen. [knuffel] vind dit heel leuk. Hij heeft na deze wandeling wel zin in wat lekkers te eten.
Eerst de jarige haan Joop een kus geven en een hand. Joop ziet er prachtig uit. Hij heeft een deftige hoed op en een strik om zijn hals. Op de hoed zit een grote [kleur v/d knuffel] veer. De veer heeft precies dezelfde kleur als [knuffel] zijn [trui/vel/haar]. Ooooh, wat is het hier leuk tussen al die vrolijke dansende kippen en hanen. Boerin Stien en boer Bert hebben veel lekkere hapjes gemaakt. Broodjes pindakaas, broodjes jam en plakjes [worst] . [knuffel] neemt wel 3 plakjes [worst]. ‘waarom neem je geen stukje [kaas] ?'vraagt jarige haan Joop. ‘Daar is mijn buikje ooit eens ziek van geweest',zegt [knuffel].
‘Onzin!'roept haan Joop. [knuffel] vind haan Joop lief. Sinds ik met mijn papa in de winkel was en van de winkelmevrouw een plakje [kaas] heb gekregen, geen [kaas] meer gegeten',zegt [knuffel] . ‘Je mag toch wel een klein broodje met een klein stukje [kaas] ?'vraagt haan Joop. ‘Het is tenslotte mijn verjaardag, kom op!' ‘Zou je dat wel doen, [knuffel] ?'vraagt boer Bert. [knuffel] eet een heel klein broodje met een heel klein stukje [kaas] dat haan Joop aan [knuffel] heeft gegeven. Dat vindt [knuffel] heel lekker. Heerlijk vindt [knuffel] dat kleine broodje met dat kleine stukje [kaas]. [knuffel] is blij en wil dansen met kip Lies en kip Josje. Hij springt en danst en heeft veel pret. Boer Bert kijkt verbaasd. [knuffel] zijn buikje is er niet ziek van geworden. [knuffel] danst. Boer Bert begrijpt er niets van.
‘Zeg [knuffel] , moet jij niet spugen?' vraagt boer Bert aan [knuffel] . ‘Je hebt zojuist [kaas] gegeten maar je buik is er helemaal niet ziek van. Je staat hier te springen en te dansen.' Oooh, denkt [knuffel] , [kaas] is echt lekker en helemaal niet gevaarlijk... [knuffel] zijn buik voelt zich helemaal niet ziek van dat kleine stukje [kaas] . [knuffel] voelt zich vrolijk. Zijn buikje eet [kaas] . En nu... nu eet [knuffel] [kaas] op zijn brood en drinkt [melk] uit een beker.
|