Workshop

Ingrediënten voor een helend verhaal

  • Welke knuffel vindt het kind leuk?
  • Welk televisieprogramma ziet het graag?
  • Wie zijn de helden die het meest aanspreken?
  • Is het kind ergens bang voor?
  • Heeft het kind ergens grote bewondering voor?
  • Welke sport doet het kind graag?
  • Welke activiteit doet het kind graag?
  • Wat is er verder bijzonder aan het kind?
  • Wat zijn bijzondere karaktereigenschappen?
  • Kies een wereld: (bijv: kabouters / prinsessen / ridders / elfjes / dieren / o.i.d.)
  • Welk plaatsvervangende hoofdfiguur?

Aan het werk

  • Kies in de wereld waarin het verhaal zich gaat afspelen een plaatsvervangende hoofdfiguur voor het kind.
  • Bedenk een beginsituatie, waarin de hoofdfiguur problemen heeft en een aantal beetje gelijke symptomen vertoont als het kind.
  • Bedenk dan een eindsituatie waar de hoofdfiguur wil zijn op het einde van het verhaal. (Wat wil je bereiken door dit verhaal? Bijv: sterker, slimmer, vrij van symptomen, in staat om te eten wat het wil, enz.)
  • Bedenk nu een weg die de hoofdfiguur aflegt om daar te komen.

Begin met schrijven, en denk aan de volgende elementen:
De hoofdfiguur beleeft in eerste instantie allerlei leuke en interessante dingen, waaruit blijkt dat de hoofdfiguur veel veranderd is, slimmer en sterker dan vroeger. Ook komt duidelijk uit de verf dat de hoofdfiguur sympathiek, moedig, lief is (naargelang) en sterk gewaardeerd wordt door de andere figuren.

In het vervolg hierop laat je de hoofdfiguur gelijkaardige symptomen, problemen krijgen als het kind, bijvoorbeeld pijn of een raar gevoel in de buik. Daarbij benadruk je zeer sterk het feit, dat de hoofdfiguur niet ziek is, maar dat zijn buikje ziek is , waarbij je er op let dat er een ander wijs figuur goede raad komt geven en dat het buikje nu snel geneest, omdat het net zoals de pootjes gegroeid en sterker geworden is. Vroeger werd het buikje er ziek van…. nu niet meer. De hoofdfiguur leert in het verhaal dingen te doen die het vroeger niet kon, en nu al wel kan . De hoofdfiguur komt een soort oude wijze, of tovenaar, oude uil, kruidenvrouwtje of engel/fee tegen die hem vertelt dat er in de buik (onderbewuste) van de hoofdfiguur zelf allerlei kleine helpertjes zitten (immuunsysteem) die het goed menen, waarvan er ééntje is die met alle goede bedoelingen die symptomen veroorzaakt heeft. (Principe van allergie en tante Zeurkous)

Die helper of bondgenoot binnenin zal nu helpen de symptomen of beperkingen op te heffen.

Neem er de tijd voor en speel met je fantasie!

Niets is onmogelijk in een kinderbrein, dus laat je gaan. De enige fout die je kunt maken is jouw gevoel van falen sterker te laten zijn dan je fantasie! Houd je niet in!

Lees je verhaal zeker elke avond voor het slapen gaan voor, je merkt vanzelf wanneer het genoeg is.

Als de symptomen niet helemaal weg zijn, maar je kind wil na enige tijd niet meer het verhaaltje lezen/horen. Schrijf dan een nieuw verhaaltje waar je de problemen die in het vorige verhaal al opgelost zijn als sterke punten gebruikt (vroeger kon je nog niet / had je nog geen... nu kun je al wel / heb je al wel...).